Verkeersregels

Ritsen in België

Ritsen is verplicht, maar maar in één situatie: bij een wegversmalling én sterk vertraagd verkeer. Dit moet je erover weten voor je examen.

Ritsen is in België verplicht, maar alleen in één specifieke situatie: bij een wegversmalling én sterk vertraagd verkeer. Dan rijd je door tot vlak voor de versmalling en voegen de twee stroken om beurten in, één voor één, zoals de tanden van een rits.

Wie te vroeg invoegt of een ander niet laat ritsen, begaat een overtreding van de eerste graad (een boete van ongeveer 58 euro). Goed nieuws voor wie zich wel eens ergert aan een "voordringer": die rijdt het vaak net correct.

Wanneer is ritsen verplicht?

Artikel 12bis van de wegcode stelt twee voorwaarden, die allebei tegelijk moeten gelden:

File bij een wegversmalling waar bestuurders ritsen
Bij een wegversmalling met sterk vertraagd verkeer geldt de ritsplicht.
  • Een rijstrook valt weg, door wegenwerken, een ongeval of een wegversmalling.
  • Het verkeer is sterk vertraagd (file of stapvoets rijden).

Rijdt het verkeer vlot door? Dan geldt de ritsregel niet. Dan voeg je gewoon tijdig in en verleen je voorrang aan wie al op de andere strook rijdt (een gewoon manoeuvre).

Hoe rits je correct?

Ritsen verloopt vlot zolang iedereen dezelfde drie regels volgt:

Bovenaanzicht: goed versus fout ritsen
Goed: om beurten één voor één invoegen. Fout: te vroeg of met twee tegelijk invoegen.
  • Rijd door tot het einde. Blijf op de wegvallende strook tot vlak voor de versmalling. Laat je niet opjagen door bestuurders die de gaten dichtrijden: jij volgt de wet.
  • Pas je snelheid aan aan de bestuurders op de strook naast je.
  • Eén om één. De bestuurders op de doorgaande strook laten beurtelings telkens één voertuig invoegen: één van de doorgaande strook, één van de wegvallende strook.

Van 3 rijstroken naar 1: de volgorde

Drie rijstroken voegen samen tot één, in volgorde 1-2-3
Eerst rijdt auto 1 (van rechts) in, dan auto 2 (van links), en daarna pas auto 3.

Vallen zowel de linker- als de rechterstrook weg en blijft alleen de middelste open, dan laat de bestuurder op die middelste strook twee voertuigen voor, in een vaste volgorde: eerst één van rechts, dan één van links, en pas daarna rijdt hij zelf door.

Het ezelsbruggetje: rechts gaat voor links.

De grote instinker: op een oprit rits je niet

Dit is de meest gemaakte fout op het examen. Op de oprit van een autosnelweg geldt de ritsplicht niet.

Oprit van een autosnelweg met voorrangsbord en autosnelwegbord
Op de oprit staat een voorrangsbord B1: je verleent voorrang, je rits niet.

Een oprit is geen wegvallende rijstrook, maar een toegangsweg, en er staat bijna altijd een voorrangsbord B1 (omgekeerde driehoek).

Jouw plicht: voorrang verlenen aan het verkeer dat al op de snelweg rijdt en wachten op een veilig gat. Dat anderen je er vaak tussenlaten, is hoffelijkheid, geen verplichting.

Veelgestelde vragen

Ja, bij een wegversmalling én sterk vertraagd verkeer. Anders niet.

Tot vlak voor de versmalling. Te vroeg invoegen is fout.

Nee. Daar verleen je voorrang aan het verkeer op de snelweg.

Ritsen en invoegen niet meer verwarren?

Deze twee worden vaak door elkaar gehaald op het examen. Oefen het verschil met realistische proefexamens volgens de officiële GOCA-normen.

Kies je pakket

Verder lezen: De reddingsstrook · Voorrangsregels · Snelheidsregels

Laatst bijgewerkt: juni 2026 · Inhoudelijk gecontroleerd door Mathieu, lesgever · Bron: de Belgische wegcode

Start gratis proefexamen